We zijn er nog steeds niet (deel 2)

Vorige week ben ik begonnen te beschrijven hoe onze zomervakanties er vroeger aan toe gingen. Aankomende weken, Zal ik jullie vertellen over deze jaarlijkse escapades.
Met een flamboyante moeder gewoon geboren in den Bosch, die niet alleen het uiterlijk van een zigeunerin had, waar ze overigens ongelofelijk trots op was maar zeer zeker ook de frivole levensstijl, en een serieuze vader, overste bij de Cavalerie, met als enige van ons allemaal, structuur in de bast, maakte dat er never a dull moment in huize Peterse was, in de breedste zin van het woord die je je maar kunt voorstellen.

De reis ging jaren achtereen naar Moncófar, een piepklein Spaans dorpje aan het strand in de buurt van Valencia, waar we al heel snel omarmd werden door de inwoners ervan. En dat maakte het zo speciaal al die jaren dat je op een gegeven moment geen toerist meer was maar één van hen, dat het voor ons allemaal, als een paal boven water stond dat we daar ieder jaar weer naar teruggingen.
Ik vertelde in de vorige blog dat het soms wel dik 4 dagen duurde om daar te komen en af en toe nog veel langer omdat de auto om één of andere reden effe weigerde.
Mijn vader had er altijd goed de smoor in als we door een bergingsmaatschappij ergens bij een lokale garage,aan de rand van een stadje, werden gedumpt en maar moesten afwachten of die snel gemaakt kon worden.
Mijn moeder daarentegen, zag er wel weer een uitdaging in door eens om haar heen te kijken, een stukje te gaan wandelen om te zien wat er zoal te doen was in de omgeving; Ze kwam dan vrij snel in gesprek met deze of gene die haar tips aan de hand deden. Zo zijn we een keer gestrand, in de buurt van Beaune, een mooie wijnstreek, en hoppaa door het buurtonderzoek van mijn moeder zaten wij s’avonds midden in het centrum van Beaune aan een 6 gangen diner met overheerlijke wijnen. Dat was in een jaar dat ik al een tiener was, maar ik zal nog wel vaker van de hak op de tak springen: van de jaren voor Christus naar heel veel later in de tijd.

Zo werd er eigenlijk altijd wel van de nood een deugd gemaakt, en koester ik die  momenten nog steeds. Ik  herinner me nog heel goed hoe copieus we die avond gegeten hebben; Het was in de tijd dat Nederland nog absoluut niet toe was aan mediterraans voedsel ……  het devies was toen nog: wat de boer niet kent…. en doe maar gewoon da’s gek genoeg dusss: aardappelen, vlees en groenten! Terwijl mijn moeder al jaren de heerlijkste buitenlandse gerechten met veel teveel knoflook maakte.
Arme kindjes die naast me in de klas zaten.
Wij aten dagelijks op Spaanse tijden. Dat ik als lagere school leerling pas ergens dik na 8 uur aan tafel ging, was heel gewoon bij ons. En oooh wat waren mijn klasgenootjes jaloers  dat het er bij ons zo aan toe ging.

Doordat we, die avond in Beaune naar dat restaurant gingen moesten we uiteraard nette kleren aan….. jaa waar zaten die? Helemaal onderop natuurlijk; Dat was één ding wat zeker was,  die zouden we onderweg zeker niet nodig hebben. Nou….. dingen lopen wel eens anders bij ons.
Maar nu ging het ‘geniale’ inpaksysteem van il Capo er in luttele minuten echt compleet aan, alhoewel wij kids, tijdens de reis al een aardig beginnetje hadden gemaakt.
De zwemspullen en handdoeken lagen wel voor het grijpen, maar we moesten spitten om het keurige spul te vinden. Binnen de kortste keren was de chaos compleet!

De zwemspullen bovenop had een reden, wij wisten zodra we op de Route Nationale langs de kust zaten, mijn moeder niet meer te houden was: Als een blije pup hing ze dan met haar snoet buiten het raam te kijken waar er gestopt kon worden om stokbrood, paté , ijskoude drankjes enz te kopen om het aan zee op te peuzelen. ‘ Hier!’  riep ze dan ineens, en mijn vader die zag dat hij allerlei auto’s pal achter zich had, werd daar zo ongelofelijk nerveus van, dat hij zijn stem verhief en riep: ‘ja maar hoe dan lieverdje? Er zitten ik weet niet hoeveel auto’s achter me.’ Dat lieverdje er achteraan terwijl hij radeloos was hahahaha!

Uiteindelijk zwichtte hij, knalde paniekerig 2 wielen scheef op de stoep onder luid geïrriteerd getoeter van franse heethoofden die nu met een grote boog om ons heen moesten rijden en  duidelijk dachten: stomme toeristen! Mijn moeder was ondertussen uitgestapt om lekkers te kopen. En dat duurde altijd lang en had standaard veel en veel teveel bij zich. Mijn vader zuchtte diep, schudde z’n hoofd als hij haar met een lunch voor een heel weeshuis zag aankomen. Hij gooide de deur van binnen voor haar open, en riep: ‘opschieten want we kunnen hier onmogelijk nog langer blijven staan.’ In de haast liet ze dingen vallen die onder de auto vielen. De bloeddruk van mijn vader steeg met de minuut.
Okee als  mijn moeder eenmaal weer aan boord was geklommen, was het volgende probleem: een plekkie zoooooo dicht mogelijk bij het water!
Mijn vader had dus nog “een taakje”: de blije pup met haar jonkies nog blijer te maken. Wij hulden ons in de auto alvast in bikini of zwembroek wat op de vierkante centimeter best ingewikkeld was, want er kon zomaar een voet of een ander rondslingerend ledemaat, van je zus of broer, in je gezicht klatsen. En dan was er weer mot in die achterbak, want de bloedsuiker spiegel was inmiddels echt goed gedaald bij iedereen.

Eenmaal een plek gevonden, maakte mijn moeder al snel van de zojuist gekochte spullen een Monet-achtig tafereel. Niet Déjeuner sur l’herbe maar Déjeuner dans le sable! Wat waren we gelukkig! Mijn moeder zorgde er altijd voor dat wij het heerlijk hadden. Het mocht ons aan nooit aan iets ontbreken.
En na de lunch blies ze ff snel één of ander kinder luchtbedje op, om  vervolgens stoer de branding in te duiken, te ‘peddelen’ naar het andere halfrond of zoiets, en liet ze zich dan zonnebadend naar de kust drijven.
Terwijl wij, een beetje bibberend, nog maar net met 1 teen in het koude water stonden, was zij al aan de horizon! Wij waren duidelijk watjes.
Mijn vader deed nooit mee, die was blij dat hij het zwikkie even van zich af had kunnen schudden, en zat lekker in zijn eentje bij te komen van de kilometers die hij inmiddels al had weggetikt.
Als het aan mijn moeder lag bleven we er nog eeuwen; ze ging zo op in de zee en de zon  dat ze totaal vergat, wat er nog verder op het programma stond voor die dag.

Ja, en dan is er niemand van het gezin die er over nadenkt: ik moet op tijd uit het water om op te drogen want anders ga ik kliedernat de auto in. Hoppaa…. 4 kids allemaal lekker nat mètttt: zand ‘poten’!
En zo togen we allen weer heel fris en fruitig verder richting zuiden; Het overgrote deel van de reis hadden we inmiddels gehad maar het venijn zat ‘m altijd in de staart, omdat de wegen steeds onbegaanbaarder werden. Spanje heeft heel lang niet geweten wat asfalt was, dus hobbel- en bobbelden we richting onze camping!

Ik ben zelf net terug van 10 dagen Portugal bij vrienden; Oeiiiii wat was dat heerlijk! Inmiddels kom ik daar, samen met mijn kids, al heel wat jaren en dat heeft totaal niets weg van een campingleven maar voelen wij ons eerder keihard Beyoncé!!! Uberzaalig!!
Nu ik weer thuis ben, ben ik gewoon weer Assepoester! Nou ènnnnn!!!!
Dank overigens voor het weer massaal lezen van mijn verhalen. Ik ‘schiet’ omhoog in de statistieken! Vind je het nou heel leuk…..rechtsonder kun je op VOLG drukken, krijg je bericht in je mailbox als ik iets gepost heb.

Tot volgende week vrijdag! Liefss xxx