Een moeder in krullers en schuim gehuld, dat ziet er toch niet uit!

En hoppa, het is weer maandag!
Volgens mij zeg ik dat elke keer. De tijd gaat zo snel; ik verbaas me er elke week weer over.
Het is weer tijd voor een kuurtje: nummer 9!
Een vriendin komt me 11 uur ophalen, ik moet dus zorgen dat ik netjes op tijd klaar sta.

Dat is vaak een hele klus; ben helaas niet gezegend met een van nature ‘optijdzijn-gen’ , maar manlief heeft heel hard zijn best gedaan om dat te laat komen er uit te rammen.
Ik heb dat zomaar gratis en voor niks meegekregen van mijn moeder: die kwam nooit nooit nooit nooit nooit ergens op tijd, en men pikte het meestal.
Als ze echt ergens op tijd moest zijn, dan werd ze gewoon een uur eerder ‘besteld’ door haar vrienden. Dan kwam ze tenminste een beetje in de buurt van de juiste tijd opdagen. Mijn moeder vertrok altijd van huis op het moment dat ze er moest zijn, ongeacht hoe lang dat nog rijden was. En ik heb dat klakkeloos overgenomen, met sorry sorry sorry zeggen moest het goed zijn. En dat terwijl ik een vader had die altijd stipt of te vroeg was.
Les extrèmes se touchent!
Ik geloof dat mijn moeder één keer in haar leven ergens te vroeg was en zelfs veel te vroeg; Ze ging met mijn vader naar een huwelijksreceptie, maar voordat ze ( uiteraard weer best wel laat) van huis vertrokken, moest er op het allerlaatste moment nog een bloemstukje op een hoefijzer door haarzelf gemaakt worden; een hoefijzer van Enny mocht nooit ontbreken waar geluk welkom was.
Mijn vader moest dan vlak voor vertrek nog gauw even naar de bloemist om de bloemen op te halen die ze telefonisch had besteld, ze kon hem nooit laten kiezen omdat hij  kleurenblind was, dat zou niet goed komen.
Hij werd er ook vaak op uitgestuurd om mos uit het bos te halen, waar de bloemetjes vervolgens ingeprikt werden, want als mijn moeder ging had je kans dat ze èn veel te laat, èn met een hond terugkwam die z’n baasje kwijt was oid.
Hup hup, snel dat hoefijzer pimpen en gaan! Was het maar zo eenvoudig, daar ging altijd wel het één ander aan vooraf.
Omdat ze als kind door haar moeder steevast in enorm mooie kleding werd gestoken, heeft ze daar als volwassene zo’n aversie tegen gekregen dat ze haar hele verdere leven niets met uiterlijk vertoon heeft gehad en al vroeg besloot in het zwart door het leven te gaan. Daar voelde zij zich fijn in en al snel werd het haar handelsmerk. Ze was de tijd ver vooruit zonder dat ze het wist. Zij is één van de weinige vrouwen die nooit de wens heeft gehad een walk-in closet te hebben waar ze uit -tig paar schoenen, tassen en kledingstukken kon kiezen; het interesseerde haar werkelijk geen bal! ‘Als het maar schoon is’ riep ze altijd.
Het was een enorme knoeipot, dus al had ze 5 minuten iets aan, mijn lieve moedertje zat direct onder de vlekken.  ( dat vreselijke vlekken-gen heb ik ook helaas)
Ik herinner me nog als de dag van gisteren, als ze mooi moest zijn, dat Ons Nel, de steun en toeverlaat van de familie, krullers bij haar inzette (ze had een hekel aan naar de kapper gaan, ze ging 100x liever naar de tandarts), ondertussen haar zwarte kledingstuk van heup tot en met schouders ondergespoten had met een halve bus KEK; een spuitbus met wit schuim wat vlekken deed verdwijnen als je het even liet intrekken en nog gauw even haar nagels fel rood of roze zat te lakken omdat ze dat bloemstukje erop had geflanst en ietwat zwarte nagels had waar geen tijd meer voor was om die schoon te weken. En dan konden ze eindelijk vertrekken!
Stom eigenlijk, als ik me nu dat beeld voor de geest haal: een moeder in krullers en schuim gehuld, dat ziet er toch niet uit, terwijl ik het vroeger heel normaal vond. Ik weet niet beter dat er vaak een zwarte sneeuwpop zich door het huis bewoog.
Doordat ze een prachtige flamboyante verschijning was, had ze direct de aandacht van menigeen als ze ergens binnenkwam, men vond het altijd fijn als zij er was maar thuis had ze een spoor van chaos achter gelaten want bij het uitdelen van het opruim-gen had ze niet vooraan in de kerk gestaan; ik denk zekfs dat ze op dat moment niet eens aanwezig was, en laat ik nou familie zijn: ik ook niet!
Oké, waar was ik gebleven? Mijn ouders waren een keer te vroeg;
Op naar die ene huwelijksreceptie! Daar aangekomen, liepen ze richting het partijtje maar omdat ze natuurlijk pas tegen het einde van de receptie arriveerden, zagen ze ook mensen die al op de terugweg waren.
Mijn ouders, voelden al een beetje argwaan omdat ze buiten helemaal geen bekenden tegen waren gekomen en eenmaal in het feestgedruis, zochten ze naarstig naar het bruidspaar; al wurmend door gewoel was er nog steeds niet één bekende. Zijn we hier wel goed? Toen ze het stralende maar totaal onbekende bruidspaar zagen werd hun gevoel bevestigd:
Ze waren duidelijk op het verkeerde feestje!
Mijn ouders bleken een week te vroeg te zijn!
Awkward zoals men tegenwoordig hip zegt, maar het verhaal is later nog ontelbare malen in geuren en kleuren verteld. Denk wel dat dit bruidspaar het Enny hoefijzer heeft gekregen.
Mijn moeder is haar hele leven gewoon doorgegaan met te laat komen, beviel haar  prima!

We zijn weer terug bij maandagmorgen 11.00 uur;
Terwijl ik ontbijt en de nodige vitamines en mineralen naar binnen werk, heb ik de tv op het kanaal: Spray tv Salsa staan, de voordeur alvast open gezet, voor de vriendin die mee naar het ziekenhuis gaat en dans ondertussen vol enthousiasme de dag in!

Inmiddels is mijn vriendin die met me mee gaat gearriveerd, ze komt binnen,
we dansen samen nog heel even op de heerlijke muziek en verlaten vrolijk het huis.
Op de afdeling aangekomen, meld ik me bij mijn vaste gastvrouw. Als ze mij naar de kamer heeft gebracht, zit haar dienst er op. ‘Zo mevrouw Wulf, last but least’! Ik denk hoor dat ik nou goed? Ja dat zei ze echt. Ze bedoelde het lief dus het woordje not heb ik er maar zelf bij gedacht.
Ze neemt ons mee, helaas deze keer geen privékamer. Ik schrik me helemaal suf als ik binnenstap: terwijl het half 12  ’s morgens is, de zon buiten schijnt kom ik in een kamer waar het helemaal schemer is, alsof het 7.00 ‘s ochtends is en het zwikkie net wakker is.  Ik word daar ter plekke zo depressief van. Ik voel dan meteen de sfeer van een crematorium. Grrrrrrrrrr  verschrikkelijk. Ben daar heel gevoelig voor.
Ik vraag aan de gastvrouw of het licht misschien aan kan, als de rest van het gezelschap het er ook mee eens is. Die kijken als zombies zonder geluid. De gastvrouw zegt dat ze de zonneschermen  wel omhoog kan doen. Die dingen gaan automatisch omlaag als de zon schijnt. Nou dat scheelt!
Zo kan ik die chemo wel aan.
Er komt nog steeds niet veel geluid uit mijn buren, maar zo kan ik ze hebben.
Een verpleegkundige meld zich om het infuus aan te leggen, ik denk: jou gaat het prikken niet in 1x lukken. Dus ik vroeg: ‘kun je goed prikken?’ Hij meende zelf van wel. Mijn gevoel zei van niet. Na 2x misgeprikt te hebben, is er iemand van de anesthesie gebeld. Die zat meteen goed. Wat is mensenkennis toch een groot goed. Misschien moet ik bij de volgende keren bij voorbaat iemand van de OK vragen, want mijn vaten worden er niet beter op.
Ik heb nog 9 kuren te gaan, tot nu toe gaat het nog best goed. Hoop dat ik het zo houden kan.
Volgende week, is het een rustweek. de 15de moet ik weer als de bloedwaarden oke zijn.

Nog even over het te laat van mij komen: tegenwoordig is dat niet meer zo;
ik heb zelfs momenten dat ik wachten moet op iemand; dan begin ik direct te twijfelen aan uur en plaats: heb ik wel op dit tijdstip afgesproken? En sta ik hier wel goed?
Volgens mij heeft Alexander best aardig voor elkaar gekregen wat mijn vader bij mij mijn moeder niet is gelukt! Maar dat wisten we allang van tevoren!
Bij mij wordt gelukkig niet de wintertijd genoemd ipv de zomertijd voor een afspraak. Hihi

Het was weer een lieve week!
tot volgende week!
liefs, xxx

Advertenties